Facility manager het raam uit

Het betreft een succesvolle niet beursgenoteerde IT onderneming. Met drie duizend salarisslips waarvan het merendeel ver boven het minimumloon wordt verloond. De grootaandeelhouder is algemeen directeur en degene die de strategie bepaalt en de weg wijst. Succesvol werkzaam voor overheden en voor de grote internationals. SAP, Oracle en Microsoft applicaties waarmee jaarlijks certificaten worden behaald die recht geven op het predikaat van “best performer”.

Er is aandacht voor “Facilities”, met name voor de catering. Voor zijn medewerkers geen ingevlogen en bevroren soepconcentraat en voorbereide salademix in plastic. Geen “eilandcounter” met onzinprodukten in folieverpakking die bovendien gebruikers-onvriendelijk te openen zijn. Zijn cateraar heeft  koks aan het fornuis.

Nieuwbouw dient zich aan. Cateraar gaat gewoon mee zonder Europese inschrijving en/of ringband vol met programma’s van eisen en andere statusverhogende opsmuk. In onderhavig geval heeft de cateraar kunnen laten zien dat hij geen “commodity” is ofwel een dienst die je op elke hoek van de straat kunt kopen tegen een lage prijs. Dan, zij het met enige dedain, komt de schoonmaak aan de orde want dat is per slot van rekening wel een “commodity”. En heeft niet iedereen verstand van schoonmaken?

Een aantal gegadigden ontvangt het programma van eisen. De huidige schoonmaker herkent het binnenwerk van de programma’s en de bijzonderheden. Ook van het bedrijf SSI en van andere ondernemingen met afkortingen is het een en ander geleend. Vijf schoonmaak-organisaties halen de voorselectie. Een bedrijf dat op grond van omzetcriteria niet zou mogen inschrijven blijkt vanwege de spetterende presentatie en uitmonstering van de salesvrouw de “centraal-inkoper” over de streep te trekken. Uiteindelijk schrijven de grootste, de kleinste en enkele middenmoters in.

De strategie raakt bekend. Hoe de inschrijving ook uitpakt er moet alsnog 15 % worden gereduceerd. De “centraal-inkoper” moet tenslotte ook zijn moment van zakelijke bevrediging beleven. In deze situatie staat niet het werkprogramma maar de prijs centraal. De boys aan de aanbodkant weten niet beter. Het is een duidelijk voorbeeld waarin de klant bepaalt hoe slecht hij geholpen wil worden. In enkele offertes staan meer leugens en beloftes dan in het regeerakkoord.

Bij het plaatsen van de toekomstige foto van de beëindiging van het schoonmaakcontract in het vakblad ondertekenen de interim facility-manager en de plaatsvervangend “centraal-inkoper” de opzegging. Verhinderd en derhalve niet op de foto is de directie van het vertrekkende schoonmaakbedrijf. Maar zo ver is het nog niet. Het huidige schoonmaakbedrijf houdt de opdracht, zij het in voortdurende proeftijd. Het budget voor direct toezicht gaat op aan vuilafvoer. De oude werkwagens moeten nog even mee.

Gelukkig zijn er nog “regie-werkzaamheden” vanwege het bouwschoon opleveren. De rvs en glazen separatiewanden schreeuwen om aandacht van de schoonmaker. Het stofzuigen en alle andere schoonmaakhandelingen geschieden in moordend tempo. Door de grote werkdruk neemt verzuim onder meer door ziekte en stress merkbaar toe.

De kritiek over de kwaliteit van het schoonhouden begint op de directievleugel. Een verdieping lager verwijst de “centraal-inkoper” naar de contractordners met werkschema’s. Weer een verdieping lager gaat een missive naar de ‘servicedesk’. Poppen aan het dansen. Klachtafhandeling maakt overuren. In agenda’s wordt geschrapt voor een “slecht-weer-gesprek” met het schoonmaakbedrijf. Alle narigheid wordt vooraf in kaart gebracht.

Gehoorgevend aan hetgeen is beklijfd  in de recent gevolgde communicatiecursus wordt aandachtig en zonder tegenwerpingen geluisterd naar de litanie van klachten. Ook al zijn de klachten bekend toch wordt er uitgebreid verslag van gemaakt. Het management van het schoonmaakbedrijf is lid van VSR en heeft het rapport over ‘fijn stof’ bestudeerd.

Als er even een stilte valt oppert de vertegenwoordiger van het schoonmaakbedrijf: ”Zullen we echt gaan schoonmaken?” Met verbaasde en vragende blik wordt naar hem gekeken. “Laten we gaan schoonmaken op een wijze die ziekteverzuim helpt voorkomen”. “Behalve in een grote schoonmaak éénmaal per jaar van het gehele gebouw nu dagelijks alleen daar schoonmaken waar het er toe doet”. “Dus uitsluitend schoonmaken op en bij de werkplek inclusief de binnenkant van kasten”. Hij vervolgt: “Stofzuigen met stofzuigers met speciale filters in een tempo waardoor ook fijn stof wordt verwijderd’.

Het wetenschappelijk onderzoek waarbij het effect van deze methode zal worden bewezen vindt op dit moment plaats. Het schoonmaakbedrijf gelooft erin. Wij als opdrachtgever niet, aldus de Facility-manager. De “centraal-inkoper” die eveneens bij dit “slecht-weer-gesprek” aanwezig is verwijst star naar het bestek in het contract en vouwt zijn handen. Nieuwe afspraken, waarin het werkprogramma door partijen opnieuw heilig wordt verklaard, worden gemaakt.

De tweede editie van het blad ‘Fris’ komt door toeval onder ogen van de algemeen directeur die vanwege hooikoorts-aanvallen ziek thuis is. In dit blad artikelen over de relatie tussen “Feng Sui” en schoonhouden, het facilitair bedrijf van Disneyland Parijs en een verhaal over een revolutionaire aanpak van bedrijfsschoonmaak. Uitvergrotingen van fijn stof en pollen en foto’s van ‘corporate’ vrouwelijk en mannnelijk schoon dat hiervan hinder ondervindt en verzuimdagen kent.

Hij realiseert zich dat hij de afgelopen jaren gemiddeld veertien dagen ziek thuis is geweest vanwege hooikoorts en wie weet wat voor andere pollen en onzichtbare narigheid. Hij stelt zich de vraag over de hoeveelheid geld dat dit verzuim van hem en ongetwijfeld van al die anderen het bedrijf heeft gekost. Wie kunnen we daar de schuld van geven.

Een van de eerste afspraken na terugkeer van ziekte is die met de facilitymanager. Of hij van dit programma gehoord heeft en waarom dit nog niet in zijn onderneming wordt toegepast. “Ik heb er onderzoek naar gedaan maar de effecten zijn nog niet bewezen”, verweert de facility-manager zich. Beste ‘vriend’ dit bedrijf is niet groot geworden door eerst te wachten tot dat iets bewezen is want dan lopen we achter de feiten aan, reageert de directeur.

Aan de opwelling de facility-manager vanaf vier hoog frisse lucht te bieden wordt geen gehoor gegeven mede vanwege het feit dat het raamstel niet open kan. De lezer zal zich inmiddels realiseren dat fictie en werkelijkheid in deze column door elkaar heen lopen. Hoewel de werkelijkheid vaak fascinerender is dan fictie. Het leven van een facility-manager en dat van een schoonmaakdirecteur blijft wel leuk (dit laatste vrij naar Youp van ’t Hek).

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: