OSO amateur voetbal, deceptie en opstanding

Ik ben dood. Ik zweef boven in het crematie voorportaal. Ik heb de regie uit handen gegeven. Er wordt mooi over mij gesproken, zelfs door mijn ex echtgenote, zij het wat langdradig. De muziek klopt ook. Colin Bluntstone zingt ‘Old and Wise’ en Keane zingt ‘Everybody ‘s Changing’. De graforganisator met die gepoetste kale kop leidt de bedroefden naar de voorste rij. Er wordt gesproken door twee vrienden. De overige candidaatsprekers zijn beleefd doch definitief afgeserveerd. Ik zou tranen in mijn ogen hebben gekregen maar ik ben mijn lichaam kwijt. Dat ligt ongebruikt in een houten kist. Ik heb het niet meer nodig en anderen willen het niet hebben. Behalve een paar organen die in een ander lijf nog een paar jaar mee kunnen. Ik probeer gewoonte getrouw aandacht te trekken maar niemand ziet mij. Daar moet ik nog even aan wennen. Niemand kijkt omhoog.

Nog een rondje langs de kist en daarna naar de koffie met de natte cake. Ook hier is het mij niet meer mogelijk invloed uit te oefenen op de kwaliteit van de catering. Gelukkig had ik ooit al gemeld dat in geval van voortijdig verscheiden de herinneringen het beste opgehaald zouden kunnen worden met een krat champagne in de locale kroeg. Ik zal er niet bij zijn. Bevrijd van de relatieve vastigheid van het lijf en de beperkte communicatie mogelijkheden van zintuigen. Ik stel vast dat mijn leesbril aan een andere behoeftige kan worden overgedaan. De voetbalschoenen eindigen in de grijze container of als ze geluk hebben in een Leger des Heils opslag. Wie weet welke carriëre dit schoeisel nog gaat meemaken.

In de aula zoeken enkele OSO veteranen elkaar op. ‘Was het nu een bananeschil of een molshoop waar hij over struikelde en tegen die doelpaal opliep?’ ‘En waarom werd dat doelpunt afgekeurd?’ ‘Die baard stond altijd al bekend als een thuisfluiter!’ Het was een geweldige wedstrijd. Doelpunten voor OSO lagen in het verschiet. Na het derde doelpunt van OSO kreeg ik vrijaf van de aanvoerder om mijzelf in de punt van de aanval te gaan vermaken. Toen gebeurde het. Zelf douchen zou niet meer nodig zijn. De natte spons van de verzorger was ook overbodig want ik bleef omstanders glazig aankijken. Iemand had de veldverlichting aangestoken. Het leek alsof er nieuwe lampen inzaten. In het witte licht zag ik een aantal van mijn helden waaronder George Harrison, William Holden, Robert Ryan en John Lennon.

Het was een mooie droom want van het lijstje ‘hufters’, waarbij het mij nog steeds moeite kost vergeving te bieden, was niemand in velden of wegen te bekennen. Toen ik echter aan die lijst dacht werd ik wreed wakker. Volgende week ben ik er weer en die voetbalschoenen draag ik zelf af.

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: